Nieuwe studie over ...
 

Nieuwe studie over psilocybine en begeleiding: hoe belangrijk is de rol van de facilitator?

1 Berichten
1 Gebruikers
0 Reacties
5 Weergaven
marcel
(@marcel)
Berichten: 2520
Illustrious Member Admin
Onderwerpstarter
 
[#2822]

Nieuwe studie over psilocybine en begeleiding: hoe belangrijk is de rol van de facilitator?

In april 2026 verscheen een interessant onderzoek in BMC Medical Education waarin niet zozeer de werking van psilocybine centraal staat, maar iets wat minstens zo bepalend is voor de uitkomst van een sessie: de kwaliteit van de begeleiding. De studie met de titel Evaluation of a facilitator training program in a randomized controlled trial of psilocybin treatment for depression kijkt specifiek naar hoe goed facilitators worden voorbereid op hun rol binnen een klinische setting.

Wat dit onderzoek bijzonder maakt, is dat het een van de eerste studies is die systematisch kijkt naar de training van begeleiders binnen een psilocybine-onderzoek. Terwijl de meeste studies focussen op het middel zelf, zoomt deze studie in op de menselijke factor. En juist daar zit vaak het verschil.

Verklapper
Samenvatting onderzoek

Onderzoekssamenvatting – facilitator‑training voor psilocybine‑behandeling bij depressie

Context en achtergrond

  • Depressie bij kanker: ernstige depressie komt veel voor onder mensen met levensbedreigende ziekten zoals kanker. Bij deze groep lopen de schattingen uiteen van 13 tot 27 %. Depressie bij kanker is geassocieerd met slechtere therapietrouw, een kortere overleving, verminderde kwaliteit van leven en een verhoogd risico op zelfmoord.
  • Psilocybine: psilocybine is een psychedelische verbinding die gevoelens, perceptie en cognitie kan veranderen. Recente studies tonen aan dat psilocybine potentieel heeft in de behandeling van depressie, vooral bij patiënten met levensbedreigende aandoeningen. De effecten worden sterk beïnvloed door set (de mentale voorbereiding) en setting (de fysieke en sociale omgeving). Daarom worden in klinische studies zorgvuldige voorbereiding- en integratiesessies rond de psilocybine‑dosis ingepland. Hoewel de farmacologische effectiviteit uitgebreid wordt onderzocht, is er weinig aandacht voor de psychotherapeutische component en de training van begeleiders.
  • CAPSI‑studie: om de antidepressieve werking van psilocybine bij kankerpatiënten met depressie te onderzoeken, loopt in Zweden het CAPSI‑project (Cancer related major depression treated with a single dose of psilocybin). Dit gerandomiseerde, dubbelblinde fase‑II‑onderzoek vergelijkt een enkele dosis psilocybine van 25 mg met een actieve placebo (1 mg). Er worden 100 patiënten gerekruteerd tussen 2024 en 2025 op vier Zweedse locaties; de primaire uitkomst is de depressie‑ernst zes weken na dosering. De studie combineert psychotherapeutische begeleiding met één doseringssessie, twee voorbereidingssessies en drie integratiesessies. Naast klinische uitkomsten verzamelt men EEG, MEG, fMRI, PET en bloedonderzoek om biomarkers voor respons te identificeren.

Doel van het trainingsonderzoek

Psilocybine‑studies maken gebruik van facilitators (therapeuten of verpleegkundigen) die patiënten voorbereiden, begeleiden tijdens de doseringssessie en ondersteunen bij integratiesessies. Er is weinig bekend over welke vaardigheden nodig zijn, welke beroepsgroepen geschikt zijn en hoe een training eruit moet zien. Het in april 2026 gepubliceerde onderzoek in BMC Medical Education beschrijft en evalueert een 15‑weken durend trainingstraject voor negen verpleegkundigen die facilitator werden in het CAPSI‑project. Het doel was zowel de training inhoudelijk te beschrijven als de effecten op hun vaardigheden en ervaringen te meten.

Methodologie

Deelnemers

  • Populatie: negen geregistreerde verpleegkundigen van vier Zweedse centra, gemiddelde leeftijd 37,4 jaar (SD 5,1). Ze hadden gemiddeld 13,1 jaar werkervaring als verpleegkundige; vijf hadden een specialisatie in psychiatrie.
  • Professionele achtergrond: acht verpleegkundigen bezaten een bachelordiploma, één een master. Enkele hadden ervaring in intensieve zorg of anesthesie; slechts één had basisopleiding in psychotherapeutische methoden.

Trainingsprogramma

Het programma, ontworpen door twee onderzoekers van het CAPSI‑team (D.S. Stenbæk en M. Beckman), bestond uit twee onderdelen:

  1. Zes tweewekelijkse webinars (3 uur per sessie). Thema’s:
    • Introductie tot psilocybine, het CAPSI‑protocol en depressie/anxiety bij kanker.
    • Therapeutische communicatie en verbale relationele vaardigheden; voorbereiding van sessies.
    • Verdere training in communicatie en patiëntoefeningen (webinars 3 en 5).
    • Doseringssessie en de rol van muziek, inclusief het Copenhague Music Program en de “Guided Music Visualization & Association”‑oefening.
    • Integratiesessies en een praktische routekaart voor het volledige behandeltraject.
  2. Drie‑daagse on‑site workshop (19 uur) aan de Karolinska Institutet. Deze intensieve bijeenkomst bood praktijkoefeningen, rollenspellen en herhaling van de webinar‑stof. De sessies werden geleid door de hoofdtrainers samen met een muziek‑/GIM‑therapeut.

Gedurende de training hadden deelnemers toegang tot een online platform met materialen. Voor elke webinar werd leesmateriaal ter voorbereiding aangeboden.

Evaluatie

  • Subjectieve evaluatie: de verpleegkundigen schreven tijdens de workshop een vrijetekst‑reflectie over de webinars; na afloop van de workshop opnieuw over de on‑site training. Een week na de training vulden ze een online enquête met 13 Likert‑vragen (1 = ‘zeker niet’ tot 5 = ‘zeker wel’) en open vragen in.
  • Objectieve evaluatie: voor en na de training voerden de deelnemers twee gestandaardiseerde telefoonrole‑plays met een acteur uit (simulatie van de eerste patiëntcontact). De opnames werden gecodeerd met de relationele componenten van de Motivational Interviewing Treatment Integrity (MITI) code 4.2 (versie Zweds). Metingen betrof twee globale scores – Partnership en Empathy – en tien gedragstellers (Affirm, Seeking collaboration, Emphasizing autonomy, Persuade, Confront, Giving information, Persuade with permission, Simple reflection, Complex reflection, Question). Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid werd gecontroleerd; coders waren getraind en blind voor pre/post status.
  • Statistiek: vanwege niet‑normale verdeling werd de verandering tussen pre‑ en post‑training geanalyseerd met de Wilcoxon signed‑rank test, waarbij de Benjamini–Hochberg‑correctie voor multiple testing werd toegepast. Effectgroottes werden berekend met Pearsons r.

Resultaten

Subjectieve evaluatie

Uit de 13‑item enquête bleek het volgende:

Item (samengevat) Gemiddelde score (1–5) Belangrijke bevinding
Voldoende kennis voor start behandeling 3,56 ± 0,53 Deelnemers vonden dat ze voldoende kennis opdeden, maar niet volledig voorbereid waren.
Voldoende vaardigheden voor start behandeling 3,67 ± 0,50 Men voelde zich iets competenter, maar zelfvertrouwen bleef beperkt.
Meer trainingsdagen zouden nuttig zijn 4,56 ± 0,73 De meerderheid wilde meer trainingsdagen.
Meer praktische training nodig 4,33 ± 0,87 Praktijkoefeningen werden gemist; webinars gaven vooral theorie.
Meer online training gewenst 1,44 ± 0,73 Men prefereerde juist minder online en méér fysieke training.
Meer in‑person training gewenst 4,89 ± 0,33 Zeer sterke voorkeur voor fysieke training.
Voelde zich adequaat voorbereid 3,11 ± 0,78 Ondanks training voelde men zich nog onzeker.

Belangrijkste thema’s uit de vrijetekst:

  • Nood aan praktische oefening: deelnemers wilden leren door ervaring, zowel in de rol van patiënt als therapeut. De on‑site workshop werd als zeer waardevol ervaren en gaf een duidelijker overzicht van de studie.
  • Overzicht en structuur: sommige verpleegkundigen voelden zich tijdens de webinars overspoeld en misten het ‘grote geheel’; ze wilden eerst een fysieke bijeenkomst en meer tijd om informatie te verwerken.
  • Vakoverstijgende verschillen: één suggestie was om een verpleegkundige als docent te betrekken om de kloof tussen verpleegkunde en psychotherapeutische aanpak te overbruggen.

Objectieve evaluatie (MITI‑scores)

De MITI‑analyse vond een significante verbetering in slechts één van de twee globale scores; Partnership steeg van gemiddeld 2,11 naar 2,56 (p = 0,046, r = −0,47). Empathy liet een stijging zien (1,22 naar 1,89) met een grote effectgrootte (r = −0,50) maar bereikte geen statistische significantie. Voor de gedragstellers werden voornamelijk medium effectgroottes gezien (bijvoorbeeld Simple reflection van 0,44 naar 1,67) maar geen significante veranderingen. Opvallend is dat de verpleegkundigen vooral informatie gaven (Giving information ≈ 20 uitingen per rol‑play) en niet deelnamen aan confronterende of persuasieve interventies.

Discussie en interpretatie

  • Waarde van fysieke, actieve training: Deelnemers waardeerden de on‑site workshop; online webinars waren handig voor kennisoverdracht maar schoten tekort in vaardigheidstraining. Eerder onderzoek laat zien dat face‑to‑face training vaak hoger wordt gewaardeerd, hoewel de effectiviteit niet significant verschilt van online training.
  • Bescheiden verbetering van relationele vaardigheden: De training leidde tot een significante stijging in de Partnership‑score, maar MITI‑scores bleven laag. Mogelijke verklaringen zijn het ontbreken van intensieve actieve componenten, de kortdurende trainingsduur en het feit dat verpleegkundigen gewend zijn om vooral informatie te geven in plaats van exploratieve psychotherapeutische technieken.
  • Professionele achtergrond: verpleegkundigen zijn getraind om snel en concreet medische informatie te verschaffen, terwijl psychotherapeuten getraind zijn om via vragen en reflectieve luistertechnieken een collaboratief proces te begeleiden. Het verschil in communicatievaardigheden kan bijdragen aan de lage baseline‑scores en beperkte verbetering.
  • Limitaties: kleine steekproef (n = 9) en ontbreken van controlegroep beperken de statistische power; het gebruik van rollenspellen kan de ecologische validiteit beperken; de timing van de rol‑plays vond plaats vóór supervisie, waardoor latere verbeteringen niet werden gemeten. Alleen verbale relationele vaardigheden werden gemeten; andere vaardigheden (bijv. muziekbegeleiding) werden niet geëvalueerd.
  • Conclusie van de auteurs: de hybride training heeft potentieel maar resultaten zijn beperkt en vooral zichtbaar in rollenspellen. Verpleegkundigen voelden zich na afloop nog niet voldoende voorbereid en vroegen om meer praktijktraining. Toekomstig onderzoek moet trainingsprogramma’s afstemmen op basis van de beginsituatie van facilitators, meer actieve componenten en supervisie toevoegen en grotere, diverse cohorten betrekken.

CAPSI‑studie en registratiedetails

Aspect Detail
Volledige titel Cancer Related Major Depression Treated With a Single Dose of Psilocybin: A Multicenter Randomized Placebo Controlled Double Blind Clinical Trial.
Doel Vergelijkt het effect van een enkele orale dosis psilocybine 25 mg met een 1 mg actieve placebo op depressieve symptomen bij kankerpatiënten met een major depressive disorder (MDD).
Design Multicenter RCT (2:1 randomisatie, dubbelblind, fase II). Inclusie van 100 patiënten tussen 2024–2025. Iedere patiënt krijgt één doseringssessie (7–9 uur) plus psychotherapeutische ondersteuning: twee voorbereidingssessies en drie integratiesessies.
Primaire uitkomst Verandering in depressiescore (Montgomery & Åsberg Depression Rating Scale of PHQ‑9) zes weken na dosering.
Begeleiding Alle facilitators zijn verpleegkundigen die een 15‑weekse training volgden (zie boven) en worden tijdens dosering ondersteund door een verpleegkundige assistent.
Registratie EudraCT 2023‑505532‑35‑00; ClinicalTrials.gov NCT06319378. Registratiedatum 8 november 2023.
Rekruteringsstatus (19 april 2026) Aan het rekruterenclinicaltrials.gov.
Locaties Vier Zweedse centra (Stockholm, Uppsala, Göteborg, Örebro)clinicaltrials.gov.
In‑ en exclusiecriteria Inschrijving van volwassenen (20–80 jaar) met kankergerelateerde MDD, PHQ‑9 ≥ 10; minimaal één maand sinds diagnose; minimaal 12 maanden geschatte levensduur; uitsluiting bij recente antidepressieve behandeling, zware cardiovasculaire aandoeningen, psychedelica‑gebruik of ernstige psychiatrische geschiedenis

Het Karolinska Institutet schetst de bredere context: jaarlijks krijgen 70 000 Zweden kanker; ongeveer een derde ontwikkelt depressie en er bestaan geen specifieke antidepressieve behandelingen. CAPSI rekruteert 100 patiënten in vier regio’s tussen 2024 en 2026 en onderzoekt naast klinische uitkomsten ook EEG, MEG, fMRI en PET om een biomarker voor psilocybine‑respons te ontwikkelen. De resultaten van CAPSI moeten bepalen of een fase‑III‑studie haalbaar is en een prognostisch hulpmiddel ontwikkelen voor gebruik in de reguliere zorg.

Auteurs en instellingen

  • Nikita Sanati Morel (eerste auteur) – verbonden aan de Department of Psychology en het Copenhagen University Clinic for Psychedelic Research, Kopenhagen (Denemarken).
  • Dea Siggaard Stenbæk – psycholoog en onderzoeker, eveneens verbonden aan het Copenhagen University Clinic for Psychedelic Research. Ze was mede‑ontwikkelaar van het trainingsprogramma.
  • Johan Lundberg – psychiater en professor aan het Karolinska Institutet, hoofdonderzoeker van CAPSI.
  • Maria Beckman (corresponderend auteur) – klinisch psycholoog aan het Karolinska Institutet en mede‑ontwikkelaar van het trainingsprogramma.

Peer review en publicatietijdlijn

De studie doorliep een uitgebreid peer‑reviewproces. Het oorspronkelijke manuscript werd ingediend op 18 november 2024; na meerdere revisies is de uiteindelijke versie op 27 maart 2026 geaccepteerd en op 9 april 2026 gepubliceerd. Reviewer‑rapporten waardeerden de gedetailleerde beschrijving van de training, maar wezen op de beperkte steekproefomvang en de behoefte aan een controle‑groep en concretere hypotheses.

Conclusie

Het onderzoek beschrijft voor het eerst een gestructureerd trainingstraject voor verpleegkundigen die psychotherapeutische ondersteuning bieden tijdens een psilocybine‑behandeling voor depressie. Hoewel de deelnemers de training nuttig vonden, benadrukten zij de behoefte aan uitgebreidere en praktischer oefeningen om zich voldoende voorbereid te voelen. Objectieve MITI‑analyses lieten slechts beperkte verbeteringen in relationele vaardigheden zien; dit kan te wijten zijn aan de korte trainingsduur, het gebruik van verpleegkundigen (die normaal gericht zijn op informatieve communicatie) en de kleine steekproef. Het CAPSI‑project zelf is nog gaande en zal belangrijke gegevens opleveren over de effectiviteit van psilocybine bij kankerpatiënten met depressie. Voor toekomstige implementatie zijn uitgebreidere trainingsmodellen, gedifferentieerd naar professioneel profiel, nodig en zal supervisie en behandelingstrouw tijdens de trial gemonitord moeten worden.

De context: psilocybine binnen het CAPSI-onderzoek

Deze training maakt onderdeel uit van het grotere CAPSI-project, een klinische studie in Zweden waarin wordt onderzocht of een eenmalige dosis psilocybine kan helpen bij depressie bij mensen met kanker. Binnen dit onderzoek krijgen deelnemers niet alleen een doseringssessie, maar ook voorbereiding en integratie.

Dat sluit goed aan bij hoe wij bij begeleide truffelsessies met voorbereiding en integratie werken. De ervaring zelf is slechts een onderdeel van het proces, de begeleiding eromheen bepaalt voor een groot deel wat iemand eruit haalt.

Hoe zag de training eruit?

De facilitators in deze studie waren voornamelijk verpleegkundigen zonder uitgebreide psychotherapeutische achtergrond. Zij volgden een training van 15 weken die bestond uit:

  1. Zes online webinars van telkens drie uur

  2. Een intensieve driedaagse praktijktraining op locatie

  3. Zelfstudie en voorbereiding per sessie

De inhoud ging onder andere over:

  1. De werking van psilocybine en het onderzoeksprotocol

  2. Communicatievaardigheden en therapeutische houding

  3. Het begeleiden van de doseringssessie, inclusief muziekgebruik

  4. Integratiegesprekken na de ervaring

Wat opvalt is dat de nadruk sterk lag op theorie via webinars, terwijl de praktijkcomponent relatief kort was.

Wat waren de resultaten?

De uitkomsten zijn eerlijk en interessant tegelijk. De facilitators gaven zelf aan dat:

  1. Ze zich redelijk voorbereid voelden, maar niet volledig zeker

  2. Ze vooral behoefte hadden aan meer praktijkervaring

  3. Fysieke training veel waardevoller was dan online leren

Objectief gezien werd er gekeken naar communicatievaardigheden via een gestandaardiseerd meetsysteem (MITI). Daaruit bleek:

  1. Een lichte verbetering in samenwerking (partnership)

  2. Een toename in empathie, maar niet statistisch significant

  3. Geen grote veranderingen in concrete gespreksvaardigheden

Met andere woorden: de training werkte een beetje, maar niet overtuigend.

Wat betekent dit in de praktijk?

Dit onderzoek bevestigt iets wat in de praktijk al langer zichtbaar is: begeleiding is geen bijzaak, maar een kernonderdeel van de ervaring.

De deelnemers in deze studie waren gewend om informatie te geven, zoals veel verpleegkundigen doen. Maar bij psychedelische sessies gaat het juist om iets anders:

  1. Luisteren zonder direct te sturen

  2. Ruimte laten voor het proces van de ander

  3. Werken met emoties en innerlijke beleving

Dat vraagt om een andere skillset dan de meeste medische opleidingen bieden.

Waarom dit relevant is

Binnen het veld van psychedelica zie je momenteel twee stromingen ontstaan:

  1. Een model waarin het middel centraal staat en begeleiding minimaal is

  2. Een model waarin begeleiding en proces minstens zo belangrijk zijn

Deze studie laat zien dat goede begeleiding vaak niet vanzelf ontstaat. Het moet actief worden aangeleerd, geoefend en begeleid.

Dat sluit aan bij hoe wij kijken naar bijvoorbeeld een truffelceremonie met professionele begeleiding, waar voorbereiding, setting en integratie bewust worden opgebouwd.

Belangrijk inzicht: ervaring > theorie

Misschien wel het belangrijkste inzicht uit dit onderzoek is dat kennis alleen niet voldoende is. De facilitators gaven duidelijk aan dat ze vooral wilden:

  1. Oefenen met echte scenario’s

  2. Feedback krijgen op hun manier van begeleiden

  3. Zelf ervaren hoe het proces werkt

Dit komt overeen met wat je vaak ziet in de praktijk: echte competentie ontstaat pas door ervaring, niet door alleen theorie.

Beperkingen van het onderzoek

Het is wel belangrijk om dit onderzoek in perspectief te plaatsen:

  1. Kleine groep deelnemers (slechts 9 facilitators)

  2. Geen controlegroep

  3. Metingen gebaseerd op rollenspellen, niet echte sessies

De resultaten geven dus vooral een eerste indicatie, geen definitieve conclusies.

Wat we hiervan kunnen leren

Als je dit onderzoek vertaalt naar de praktijk, ontstaan er een paar duidelijke lessen:

  1. Begeleiding is essentieel voor de kwaliteit van de ervaring

  2. Training moet praktisch en voor ervaringsgericht zijn

  3. Verschillende achtergronden (zoals verpleegkundigen vs therapeuten) vragen om andere trainingsvormen

  4. Supervisie en feedback na de eerste sessies zijn cruciaal

Tot slot

Als je de inzichten uit dit onderzoek vertaalt naar de praktijk, wordt duidelijk waar de echte kwaliteit vandaan komt. Niet alleen uit kennis over psilocybine, maar uit de combinatie van opleiding, ervaring en samenwerking binnen een team.

Binnen Triptherapie komt dat op meerdere niveaus samen. Een deel van het team heeft aanvullende scholing gevolgd via RINO, waardoor er een stevige basis ligt in gespreksvaardigheden, houding en begeleiding. Tegelijkertijd is er in de afgelopen acht jaar veel praktijkervaring opgebouwd, met meer dan 3500 begeleide psychedelische trajecten. Dat zorgt voor een niveau van routine en inzicht dat je niet uit theorie alleen kunt halen.

Daarnaast wordt er intern veel aandacht besteed aan opleiding en ontwikkeling. Nieuwe begeleiders leren niet alleen via theorie, maar doen ook actief ervaring op in het begeleiden zelf, onder begeleiding van meer ervaren collega’s. Dit sluit precies aan bij wat de studie laat zien als noodzakelijke volgende stap: leren door te doen, met feedback en verdieping.

Wat Triptherapie extra sterk maakt, is de diversiteit en de ervaring binnen het team. Er werken mensen met verschillende achtergronden, van psychologen tot leefstijlcoaches en andere mensgerichte vakgebieden. Daardoor ontstaat er geen één vaste benadering, maar juist een brede kijk op begeleiding, afgestemd op de persoon die de sessie doet.

Als je alles bij elkaar neemt, zie je dat de factoren die in het onderzoek als belangrijk naar voren komen, binnen Triptherapie al geïntegreerd zijn. Opleiding, ervaring en een goed afgestemd team zorgen samen voor begeleiding die verder gaat dan alleen het faciliteren van een sessie. Het wordt een volledig traject waarin iemand echt begeleid wordt in wat er ontstaat.

 


 
Geplaatst : 19 april 2026 10:12